Voorbij de triple helix

  • 19 september 2022
  • 12 min.

Transities kennen naast technologische innovaties ook veel sociale innovaties. Die komen niet alleen uit de markt en overheid, maar ook uit de gemeenschap. Sociale innovaties vragen om een blikveld dat voorbij de ‘triple helix’ gaat – de klassieke samenwerking tussen overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven – en ruim baan biedt aan innovatieve vormen van sociaal ondernemerschap en coöperatieve burgerinitiatieven.

Pak onderliggende oorzaken aan

Om de ecologische, economische en sociale uitdagingen van vandaag aan te pakken, is technologische innovatie noodzakelijk, maar niet voldoende. We kunnen deze persistente problemen niet oplossen zonder de onderliggende systemische oorzaken aan te pakken. Deze systematische oorzaken zijn niet alleen technologische maar ook sociaaleconomisch van aard, zoals bijvoorbeeld institutionele onrechtvaardigheid, uitbuiting en ongelijkheid.

Duurzaamheidstransities vergen daarom naast technologische innovaties ook sociale innovaties. Als we het voorbeeld nemen van transities richting een circulaire economie, dan gaat dit niet alleen over nieuwe materialen en productiemethoden, maar ook over nieuwe praktijken zoals het delen van producten, nieuwe ideeën en sociale normen zoals ‘afvalvrij leven’ en nieuwe businessmodellen zoals de verdienstelijking van de economie. Hierbij leveren bedrijven geen product, maar een dienst, waarvoor zij gedurende de gehele levensloop verantwoordelijk zijn. Kortom, sociale innovatie gaat over nieuwe manieren van denken, doen en organiseren.

Sociale aspecten

Sociale innovatie is hiermee ook nauw verbonden met de hernieuwde aandacht voor de sociale aspecten van duurzaamheidstransities. Ecologische duurzaamheid gaat hand in hand met de zoektocht naar een democratischere, inclusievere en rechtvaardigere samenleving. Dit betreft niet alleen een normatief standpunt van ons als transitie-onderzoekers, maar het is ook iets waar huidige en nieuwe generaties, waaronder ook de werkgevers en werknemers van de nabije toekomst, steeds meer om vragen. In een tijd dat er steeds meer aandacht is voor racisme, gender ongelijkheid, misbruik en andere vormen van uitsluiting en ongelijkheid, kan geen enkele organisatie het zich veroorloven om duurzaamheid los van deze kwesties te beschouwen.

Collectieve kracht

Vanuit dit perspectief is het ook interessant te kijken wie de drijvende kracht is achter sociale innovatie, aangezien zij verschillende aanjagers kent. Naast de overheid, grote marktspelers en kennisinstellingen, bestaat er een rijke wereld aan collectieve actie in de gemeenschap en in het maatschappelijke middenveld. Zo zijn we momenteel getuige van de opkomst en heropleving van coöperatieve ondernemingen. Historicus Tine de Moor spreekt bijvoorbeeld over drie golven van instituties voor collectieve actie in de afgelopen 1000 jaar. Momenteel lijken wij ons midden in die derde golf te bevinden, met een recente heropleving van burgerinitiatieven en collectieve actie op lokaal niveau. Neem ook het voorbeeld van energieopwekking in coöperatieve verenigingen, waarbij de consument ook producent is.

Niet alleen ontstaan veel sociale innovaties vanuit ‘civil society’, het leidt ook tot nieuwe innovatieve vormen van organisaties die opereren als alternatieven voor – en/of hybride combinaties tussen – gemeenschap, markt en overheid. Denk aan warmtenetten die in handen zijn van een combinatie van publieke, private en coöperatieve partijen. Of aan de grote groei van sociaal ondernemerschap en sociale investering, waarbij publiek belang gecombineerd wordt met een commerciële logica. Een voorbeeld is de Impact Hub Amsterdam. Zij heeft sinds haar ontstaan in 2008 meer dan 4.000 startups ondersteund, is een koploper in het aanjagen van de Circulaire Economie en heeft met haar Investment Ready Program meer dan 15 miljoen euro geïnvesteerd in circulaire startups. Ook helpt zij bestaande bedrijven als bijv. IKEA verduurzamen. Daarbij werkt de Impact Hub samen met partners als ING Foundation, Provincie Noord-Holland, CIRCL en velen anderen. Met gemeente Amsterdam werkt de Impact Hub aan het ontwikkelen van een innovatief stedelijk ecosysteem.

Wetenschappelijke publicaties

Naast deze interessante hybride vormen speelt er ook een ander belangrijk aspect: alhoewel deze initiatieven vaak lokaal zijn ingebed, op het niveau van een (deel)gemeenschap of als burgercollectief, zijn ze vaak op regionaal en mondiaal niveau met elkaar verbonden in regionale, nationale en/of internationale netwerken.

In die netwerken wisselt men ideeën, praktische ervaringen en methodes uit, en creëert men schaal en macht op geheel nieuwe wijze. Hier geldt niet de logica van multinationale bedrijven, maar translokale netwerken. Bekijk deze recente wetenschappelijke publicaties.

Mondiale Impact Hub

Zo is de Impact Hub Amsterdam onderdeel van het mondiale Impact Hub netwerk waarin 24.500 ondernemers op 107 locaties in 63 landen samenwerken aan een duurzamere en sociale economie. En zo zijn er honderden, zo niet duizenden voorbeelden van dit soort ‘translokale netwerken (zie bijv. hier). Denk bijvoorbeeld aan het Europese netwerk van energiecoöperaties RESCOOP, dat op Europees niveau de nodige lobby-invloed uitoefent voor het invoeren van Energy Directives voor nationaal beleid dat meer ruimte schept voor decentrale en hernieuwbare energieopwekking.

Blinde vlek van de triple helix

De macht en impact van deze nieuwe collectieve kracht uit de gemeenschap, innovatieve hybride organisaties en translokale netwerken wordt nog te vaak onderschat. De reden is omdat ze buiten de traditionele framing van de ‘triple helix’ vallen: de publiek private samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen en bedrijven die lange tijd gezien is als de belangrijkste aanjager van innovatie in een regio. Dit zien we ook terug bij de Amsterdam Economic Board, die zich hoofdzakelijk richt op de triple helix en daarmee een aantal blinde vlekken heeft voor wie echt transformatieve innovatie wil aanjagen om transities te versnellen en richting te geven. Waarom zou een onderneming als de Impact Hub niet ook een serieuze partner van de Amsterdam Economic Board zijn? Of een netwerkorganisatie als EnergieSamen?

We zien dat een organisatie als Amsterdam Economic Board bij uitstek de mogelijkheid heeft om in dat veranderende speelveld en krachtenveld een faciliterende en soms ook bemiddelende rol te spelen in het verkennen van mogelijke nieuwe vormen van samenwerking. Hoewel het begrijpelijk is dat de Amsterdam Economic Board niet met elke sociaal ondernemer of elke coöperatieve vereniging in de regio Amsterdam in gesprek kan gaan, heeft het wel degelijk de mogelijkheid – en ons inziens de verantwoordelijkheid – om wel samen te werken met (en/of goed te luisteren naar) de netwerken en platforms die spreken namens dit soort coöperatieve en sociaal ondernemende bewegingen, waaronder partners zoals de Impact Hub, RESCOOP of een initiatief als Collectieve Kracht. Hierbij kan nog beter de kracht van Amsterdam Smart City – als programma van Amsterdam Economic Board – worden benut als lokaal geworteld maar internationaal verbonden netwerk, waar verbinding ontstaat tussen de verschillende private, publieke en civiele partijen. Dit is een rol die Amsterdam Smart City al regelmatig oppakt, door bijvoorbeeld het agenderen van het concept Mobility as a Commons (deelmobiliteit van en voor bewoners) tijdens haar jaarlijkse transitiedagen. Ook in haar initiatieven werkt Amsterdam Economic Board soms met maatschappelijke organisaties, zoals de samenwerking met ngo BYCS in de Green Deal Fiets. Maar het is een rol die zij nog veel explicieter zou kunnen vormgeven, juist ook in de verbinding met Amsterdam Smart City, als tegengas voor de machtspositie van bestaande grote marktspelers.

Bedrijven en overheden aan zet

Netwerken zoals Amsterdam Smart City hebben een belangrijke rol in het faciliteren van collectieve kracht. Om sociale innovatie vanuit de gemeenschap echt een kans te geven vraagt het ook om een paradigmaverandering bij bedrijven en overheden zelf. Zo hebben overheden decennialang geïnvesteerd in een gezond ondernemersklimaat met allerlei, subsidies, incubators of start-up in residence programma’s, innovatievouchers, innovatieve aanbestedingen, netwerkevents om pre-competitieve samenwerking aan te jagen, etc. Stel je voor dat we de afgelopen decennia vergelijkbare tijd en middelen waren geïnvesteerd om het innovatieve vermogen vanuit de gemeenschap aan te jagen? Want aan initiatieven is geen gebrek. Wel tonen zij continu dat het moeilijk is om in leven te blijven, laat staan te groeien en op te schalen. Innoveren vanuit de gemeenschap is continu worstelen met geldgebrek, vragen om institutionele steun en ruimte, sterk afhankelijk zijn van vrijwilligers en ondanks mooie resultaten niet altijd serieus worden genomen.

Ook bij bedrijven moet de knop om, en wereldwijd zijn verschillende voorbeelden hoe ook bedrijven op innige wijze met gemeenschap kunnen optrekken. Een bekend voorbeeld zijn de Baskische Mondragon Coöperatieven, een collectief met allerlei ondernemingen waarin arbeiders zelf mede-eigenaar zijn van het bedrijf waar ze voor werken, zoals bijvoorbeeld Orbea, de grootste fietsenproducent van Spanje. Of maakt een beursgenoteerd bedrijf als Donkey Republic gebruik van crowdfunding om zowel alternatief kapitaal te vergaren als een directer aandeel van de gebruikers te geven in het bedrijf. Inspirerend zijn ook de nieuwe organisatiemodellen van bedrijven als Fairphone, dat een platform van gebruikers inzet voor zowel tech-support als reparaties. Kortom, er zijn vele manieren waarop ook ondernemingen de collectieve kracht van de gemeenschap veel effectiever kunnen benutten in het streven naar duurzame en rechtvaardige transities.

Verschuivende machtsrelaties

Tegelijkertijd moet de loftrompet die we hier over sociale innovatie verkondigen enigszins getemperd worden. Sociale innovatie zien we vaak als iets positiefs, maar dit is niet per definitie het geval. Ten diepste gaat sociale innovatie over veranderende relaties tussen actoren: consumenten, producenten en retailers, maar ook burgers, bestuurders en bedrijven. Veranderende sociale relaties gaan altijd gepaard met verschuivende machtsrelaties. Of we het nu willen of niet, in tijden van grote sociale transformatie, zullen de machtsrelaties veranderen, en ontstaan er regelmatig nieuwe vormen van machtsongelijkheid, uitsluiting en misbruik.

Denk aan de platformeconomie, en hoe nieuwe verdienmodellen van Uber of AirBnB ook tot nieuwe machtsconcentraties leidt en de nodige problematiek veroorzaakt voor de lokale en regionale economie, zowel in sociale als ecologische termen. Tegenwoordig worden overheden al minder naïef en proberen steeds meer lokale overheden de platformeconomie te reguleren door publieke waarden centraal te zetten. Zo krijgt AirBnB geen volledig vrij spel meer in Amsterdam, en heeft de opkomst van dit soort partijen ons ook gedifferentieerder en minder naïef doen nadenken over ‘de deeleconomie’.

Tegenbeweging

Als tegenbeweging zien we interessante ontwikkelingen rondom platformcoöperaties die trachten de platformeconomie op een duurzamere en rechtvaardige manier te organiseren, zoals bijvoorbeeld het initiatief AMdEX, dat Amsterdam Economic Board heeft geïnitieerd. Het ontwikkelt een platform dat eerlijke, gelijke en open data-uitwisseling faciliteert. De excessen van de platformeconomie tonen wederom aan hoe belangrijk het is om ook de innovatieve kracht van de gemeenschap te benutten in innovatietrajecten, aangezien zij niet alleen de snelheid maar ook de richting mede bepalen. Een deeleconomie gebaseerd op coöperatieve waarden blijkt toch iets fundamenteel anders dan een platformeconomie volgens het venture capitalist model.

Aanbevelingen van DRIFT

De komende jaren zullen we naast technologische innovatie ook nog veel sociale innovatie zien. Het zal transities versnellen maar ook richting geven: soms eerlijker en rechtvaardiger, maar regelmatig zal het ook leiden tot nieuwe vormen van machtsongelijkheid. En alhoewel dit niet altijd te voorkomen valt, is het wel een kwestie van scherp bewust zijn van hoe machtsverhoudingen zich ontwikkelen in innovatieprocessen, en hoe men daarmee kan omgaan door het te benoemen, waar mogelijk bij te sturen en waar nodig te reguleren. Om hiertoe te komen doen we de volgende drie aanbevelingen:

Neem contact op

  • Flor Avelino | DRIFT | Amsterdam Economic Board

    Flor Avelino

    Associate professor

    DRIFT

  • Antonio Carretero de Jong

    Senior Strateeg en Adjunct-Directeur

    Amsterdam Economic Board

  • Leonie van den Beuken | Amsterdam Smart City | Amsterdam Economic Board

    Leonie van den Beuken

    Programmadirecteur

    Amsterdam Smart City

Deel dit artikel

Lees ook deze berichten

  • Onderzoeksdata delen onder eigen voorwaarden

  • Let op, dit is geen voorspelling: vier extreme toekomstbeelden voor de Metropool Amsterdam

  • Wouter Los: ‘Data delen voor bedrijven, overheden en elk individu’