Ilse Zaal: ‘Voor de energietransitie is meer dan 16.000 fte nodig’

De krapte op de arbeidsmarkt is een urgent thema waar we met z’n allen de schouders onder moeten zetten. Dat zegt ook Boardlid Ilse Zaal, als gedeputeerde van de provincie Noord-Holland verantwoordelijk voor onder meer economie, inclusief onderwijs en een inclusieve arbeidsmarkt.

Waarom is de meer wendbare onderwijs- en arbeidsmarkt eigenlijk ook vanuit provinciaal perspectief een urgent thema?

“We zien in heel Noord-Holland dat er grote tekorten zijn op de arbeidsmarkt. Alle bedrijven hebben moeite om aan goed personeel te komen, maar vooral technisch en technologisch personeel is moeilijk te vinden. Dat heeft gevolgen voor ons vestigingsklimaat. Met de onlangs opgerichte Regionale Ontwikkelingsmaatschappij InWest investeren we als samenleving veel geld in de regionale en circulaire economie van Noord-Holland. Maar er is niet alleen geld nodig: we hebben ook mensen nodig. We hebben berekend dat we alleen al voor de energietransitie in onze provincie meer dan 16.000 fte per jaar nodig hebben. Als we als provincie een interessante plek willen blijven voor bedrijven, moeten we werken aan een  wendbare onderwijs- en arbeidsmarkt.” 

Hoe ziet zo’n onderwijs- en arbeidsmarkt er volgens u uit?

“Die heeft voldoende adaptief vermogen om in te spelen op grote transities. De coronacrisis is daarvan een voorbeeld, maar ook de energietransitie en onze overgang naar een circulaire economie vraagt iets van ons. Er is nu al een mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en als we niets doen wordt die alleen maar groter. We moeten daarom wat mij betreft werken aan een arbeidsmarkt die ook en meer gericht is op vaardigheden en dus minder denken in diploma’s, certificaten en titels. Dat begint al in het onderwijs, ik pleit daarom ook voor ontschotting tussen de verschillende niveaus. Als je het mij vraagt mogen we de hele verdeling tussen middelbaar en hoger onderwijs over de schutting gooien. De verdeling draagt eraan bij dat mensen het heel erg belangrijk vinden dat hun kind naar de havo of het vwo gaat, terwijl we als maatschappij een vmbo- en mbo-opleiding net zo hoog zouden moeten waarderen.” 

Welke hordes moeten we nog meer wegnemen voor die wendbare onderwijs- en arbeidsmarkt?

“We denken nog veel te sectoraal, kijk alleen maar naar cao’s en subsidieregelingen. Er zijn veel goede loketten, regelingen en initiatieven die zich bezighouden met een klein deel van de arbeidsmarkt of het onderwijs. Maar we moeten toe naar, sorry voor het bobowoord, intersectorale mobiliteit. Mijn ideaal is dat er straks één loket is waar je als werkende of werkzoekende terecht kunt: of je nu uit een uitkering komt, in een krimpsector werkt of net je diploma hebt gehaald.” 

Wat kunnen jullie hier als provincie concreet in betekenen?

“Met de andere provincies samen brengen we dit onderwerp onder de aandacht bij het Rijk. Daar benoemen we ook de versnippering van allerlei regelingen bij verschillende ministeries en pleiten we voor een heldere structuur hieromheen. Daarnaast zie ik voor ons een belangrijke rol weggelegd in het samenbrengen van partners uit de provincie. Wij hebben een aanjaagfunctie. Het Manifest Werken en Ontwikkelen 2030 is daar een voorbeeld van. Wij namen hiervoor het initiatief, maar het is een manifest van iedereen. Inmiddels hebben al meer dan 200 stakeholders uit de provincie zich erbij aangesloten. Het manifest is een visie op de arbeidsmarkt in 2030 en bevat heel concrete acties om tot die arbeidsmarkt te komen. In ontwikkelcoalities werken verschillende partners uit het bedrijfsleven aan die acties. Een van die coalities houdt zich bijvoorbeeld bezig met campusvorming, een andere met techniekpromotie en een derde met inclusiviteit.” 

Wat zijn daarbij al initiatieven die bijdragen aan de wendbare onderwijs- en arbeidsmarkt?

“Vanuit ons Manifest werken we aan campusvorming in de provincie. Techport in de IJmond is hiervan een goed voorbeeld. Hier werken Tata Steel, het mkb, mbo en hbo aan de maakindustrie van de toekomst. Bedrijven werken hier aan de vergroening van de industrie en met het onderwijs onderzoeken we welke skills daarvoor nodig zijn. Bedrijven maken in het Techport Innovation Centre met studenten testopstellingen van innovaties, hbo’ers en mbo’ers werken er elk vanuit hun eigen rol samen. Zo ontstaat er een sterk netwerk. Op meerdere plekken in de provincie komen  dit soort campussen. Ook de promotie van techniek blijft belangrijk. Ik was laatst bij het PET-festival in Haarlem waar kinderen uit groep 7 en 8 kennismaken met de zeven werelden van techniek. Bedrijven en onderwijsinstellingen lieten daar zien dat de technische wereld veel interessanter is dan kinderen en hun ouders vaak denken en dat een baan in de techniek goede toekomstperspectieven biedt. Veel mensen denken dat het bij technische beroepen alleen gaat om banen waarbij je vieze handen krijgt, maar dat is absoluut niet zo. De technische sector is heel breed. Het gaat bijvoorbeeld over kunstmatige intelligentie, smart farming en technische toepassingen in de gezondheidszorg. Het is geweldig dat de PET-festivals weer georganiseerd kunnen worden en dat zoveel onderwijsinstellingen en ondernemers de tijd nemen om de kinderen te laten zien welke vervolgopleidingen en beroepen er allemaal zijn. Het is heel belangrijk om ze die kennis al mee te geven voordat ze een volgende stap zetten in hun schoolcarrière.”   

Amsterdam Economic Board richt zich op de Metropool Amsterdam, die voor een deel in de provincie Noord-Holland ligt en deels ook in Flevoland. Is dat niet onhandig?

“Ik moet soms wel even goed kijken wat waar speelt inderdaad, haha. Maar ik denk dat ook juist hier voor ons de rol van verbinder weer is weggelegd. In de regio Noord-Holland Noord gebeuren bijvoorbeeld ook allerlei mooie dingen rondom de wendbare onderwijs- en arbeidsmarkt. Zo hebben we daar NHN Match, een programma waarbij mensen die willen overstappen naar een ander soort baan of andere sector ondersteuning krijgen. Dat zou in de MRA wat mij betreft navolging mogen krijgen. Als ik aanknopingspunten zie voor dit soort verbindingen pak ik die op.”  

Welke rol kan Amsterdam Economic Board spelen in de transitie naar een wendbare onderwijs- en arbeidsmarkt?

“Amsterdam Economic Board is net als de provincie een partij die mensen bij elkaar brengt. Dat is ook precies haar kracht. Alleen ga je sneller, samen bereik je meer — en dat laat Amsterdam Economic Board goed zien. Er zitten mensen aan tafel die impact kunnen maken in hun eigen organisatie en samen veel voor elkaar kunnen krijgen. De arbeidsmarktinitiatieven werken goed. Zo sluit het initiatief TOMAS goed aan bij de éénloketgedachte die ik eerder noemde: dat platform bundelt allerlei arbeidsmarktinitiatieven rondom omscholing, bijscholing en talentontwikkeling. Organisaties kunnen hier inspiratie ophalen of zich aansluiten bij bestaande initiatieven. TechConnect vind ik ook een mooi instrument, omdat het programma ook bijdraagt aan een inclusieve arbeidsmarkt. De focus ligt daar op ondervertegenwoordigde groepen in technologische beroepen. En die skillsbenadering zien we terug in House of Skills, waar mensen zelf kunnen uitvinden welk werk bij hun skills past.” 

Wat is uw advies aan organisaties die worstelen met personeelstekorten?

“Volgens mij is het belangrijkst dat je je aansluit bij netwerken. Daar kun je in gesprek met andere bedrijven en met onderwijs en overheid over wat jij in de toekomst nodig hebt en over wat jij zelf kunt bijdragen aan de wendbare arbeidsmarkt. Niemand kan dit alleen oplossen.” 

Tekst: Mirjam Streefkerk

Méér Board Talk

Het interview met Ilse Zaal is deel 18 uit de reeks Board Talk. Hierin praten we met Boardleden over de grootste uitdagingen voor de Amsterdamse metropool. De wendbare en toekomstbestendige onderwijs- en arbeidsmarkt, verantwoorde en duurzame digitalisering en de spanning op het energienet. Dit zijn ook de belangrijkste thema’s voor Amsterdam Economic Board. Hieronder vind je meer interviews uit deze serie.

#slimgroengezond

Meer van dit soort interviews lezen? Volg ons op LinkedInTwitter en abonneer je op onze Board Update.