Gedeeld leiderschap voor onderwijs en wetenschap
De metropool Amsterdam staat bekend om uitstekende kennisinstellingen. Met allemaal een eigen kracht in onderwijs en wetenschap. Wat kunnen zij doen om optimaal bij te dragen aan de economie van de toekomst?
Door Jessica Peters-Hondelink, directeur-bestuurder Amsterdam Economic Board
Hoe bewegen kennisinstellingen sneller mee met de behoeften van de arbeidsmarkt? En welke rol spelen hogescholen en universiteiten in de groei en opschaling van regionale specialisaties? Relevante vragen, want economie, onderwijs en samenleving staan al lang niet meer tegenover elkaar, maar naast elkaar. Het duurzaam verdienvermogen gaat hand in hand met brede welvaart. Kennisinstellingen onderscheiden zich door een sterke profilering met maatschappelijke betrokkenheid en verbinding met de praktijk. Wat kunnen zij doen om optimaal bij te dragen aan de economie van de toekomst, kennis om te zetten naar economische en maatschappelijke impact en bouwstenen bieden voor innovatieve ecosystemen?
Samenwerking in ecosystemen is noodzakelijk om innovatie vanuit kennisinstellingen op te schalen. Dan gaat het om samenwerking binnen de regio, maar ook interregionaal en internationaal. We moeten samen aan de slag om kennis om te zetten naar economische en maatschappelijke impact. Dit kan door de juiste condities te creëren om baanbrekende innovaties daadwerkelijk op te schalen tot commercieel succesvolle bedrijven en het benodigde talent aan te trekken en op te leiden.
Economische groei neemt af
De regio Amsterdam scoort sterk op talent en innovatie. We kennen een sterke uitgangspositie met een goed opgeleide beroepsbevolking, een kennisintensieve economie en bovenal: een grote concentratie van bedrijven en kennis.
Maar de economische groei is de afgelopen jaren minder geworden, onder meer door een krappe arbeidsmarkt en schaarste aan ruimte en energie. Dat blijkt uit de meest recente Economische Verkenningen 2026 (pdf) van de Metropoolregio Amsterdam.
Diezelfde verkenningen stellen dat het economische potentieel van de regio groot is. De arbeidsparticipatie is hoog, en de werkloosheid laag. De groei, zo stelt het rapport, moet minder komen van de mensen ‘aan het werk’ en steeds meer van slimmer en productiever werk. Conclusie: we moeten investeren in innovatie, scholing en leven lang ontwikkelen.
Kennisinstelling van de toekomst
De zoektocht naar de onderscheidende kracht van een kennisinstelling is economisch gezien belangrijker dan ooit. Vroeger ging het vooral om het bouwen van de sterkste onderwijsmodules en curricula, gecombineerd met het aantrekken van studenten in de regio. Tegenwoordig komt er veel meer kijken bij het inrichten van een succesvolle kennisinstelling. Er is een strategische noodzaak om een kennisinstelling op te bouwen aan de hand van hoe de economie er over 10 jaar uitziet. Dat is niet makkelijk: we weten dat immers nog niet precies.
Thema’s en regionale specialisaties
Wat we wel weten, is dat de metropool Amsterdam kiest voor drie thema’s: Life Sciences & Health, Tech & AI en Energie & Industrie. Daarin is de regio traditioneel gezien sterk, en achter deze sectoren schuilt bovendien een enorme economische waarde. Ze zijn in lijn met landelijke behoeften (zie rapport Wennink) en versterken het duurzaam verdienvermogen, de weerbaarheid en de brede welvaart in de regio.
Maar deze thema’s hebben ook iets anders gemeen: samenwerking is randvoorwaardelijk. Onder meer vanwege een grote behoefte aan kapitaal, talent en R&D is het op deze thema’s van groot belang om bedrijven, overheden, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties te verbinden aan een gezamenlijke ambitie. Zodat we de juiste stappen kunnen zetten en als regio voorop kunnen lopen binnen deze thema’s.
Impactvolle bedrijven
Daarom is het binnen deze thema’s belangrijk om de brug te maken tussen onderzoek en het bedrijfsleven. We zien op universiteiten veel druk op het realiseren van wetenschappelijke publicaties. En tegelijkertijd zien we dat er steeds meer aandacht komt voor het omzetten van innovaties naar commercieel succesvolle bedrijven. Toch is het lastig om uit de valley of death te komen: de fase waarin innovatie uit een kennisinstelling niet de stap weet te maken naar een succesvolle toepassing in markt of maatschappij.
Dit komt vaak doordat financiering, kennis of andere middelen achterblijven. Bedrijven hebben te maken met een financieringskloof waar innovatie te volwassen is voor fundamentele onderzoekfinanciering, maar nog niet ver genoeg voor commerciële investeerders. Er is dan bijvoorbeeld geld nodig om een prototype te testen, om technologie verder te brengen of om de eerste klanten te vinden.
Dan is er nog de kloof tussen kennis en toepassing. Een wetenschappelijke doorbraak is nog geen marktrijp product of toepasbare oplossing. Er is een aanvullend onderzoek, productontwikkeling, validatie of demonstratie in de praktijk nodig. Tot slot hebben we gebrek aan ondernemerschap en samenwerking. Er ontbreken bijvoorbeeld ondernemers, launching customers of geschikte partners die gezamenlijk de verantwoordelijkheid nemen voor de volgende ontwikkelfase.
De grote vraag is dus wat er nodig is om innovatie daadwerkelijk de weg te laten vinden naar de markt. Dit kunnen we doen door gezamenlijk in te zetten op durfkapitaal, launching customers, opschalingsinfrastructuur en samenwerking in ecosystemen.
Inzet op onderwijs
Ook op gebied van onderwijs is samenwerking nodig. Opleidingen zijn geen afzonderlijke producten, maar bouwstenen voor innovatieve ecosystemen. De grootste waarde ligt op het kruispunt van kennisgebieden, sectoren en regio’s. Hogescholen hebben een grote uitdaging om talent op te leiden en klaar te maken voor het bedrijfsleven. Kennis en talent vormen de bakermat van groei en opschaling binnen onze regionale specialisaties.
Kennisinstellingen moeten dus meebewegen op waar de regio in de toekomst het geld mee gaat verdienen. Voor de regio Amsterdam betekent dit: neem de drie regionale specialisaties Life Sciences & Health, Tech & AI en Energie & Industrie mee in de onderwijsprogramma’s. Hier zet de hele regio op in. En hier liggen de grootste kansen voor verbindingen met andere regio’s en specialisaties.
De economie van de toekomst, sterk gestuwd door AI-ontwikkelingen, vraagt om het opleiden van weerbare, flexibele skill sets. Met andere woorden: op-, om- en bijscholing, en een sterke inzet op leven lang ontwikkelen zijn onmisbaar als uitgangspunt voor de leerprogramma’s.
Daarnaast vraagt het van een kennisinstelling om talent en onderzoek strategisch aan te trekken, mogelijk ook internationaal. Met name rondom onderwerpen en vraagstukken die een strategische waarde voor Nederland vertegenwoordigen. Zet de poorten van de hogeschool dus open voor een kennisintensieve en hoogwaardige beroepsbevolking. En kijk op een andere manier naar wat er nodig is om hoogwaardig onderwijs aan te bieden.
Gedeeld leiderschap
De economie van de toekomst vraagt om gedeeld leiderschap. Een kennisinstelling is niet langer een individuele organisatie. Daarvoor staan zij te veel midden in de samenleving, en zijn ze een te grote bouwsteen van de economie van morgen. Ze hebben een belangrijke rol in de verbinding binnen en tussen regio’s.
We hebben elkaar echt nodig. Werk daarom samen met andere instellingen en het ecosysteem aan de opgaven die je alleen niet opgelost krijgt, maar waar iedereen in het ecosysteem aan meeprofiteert. Je kunt alleen meebewegen met een veranderende arbeidsmarkt als je een actieve rol speelt in een ecosysteem waar ieders kracht benut kan worden.
9 oktober 2026
Meer weten over
Neem contact op
Deel dit artikel
Wil je op de hoogte blijven?
Volg ons dagelijks op LinkedIn en schrijf je in voor de Board Update nieuwsbrief.


