Boardleden in gesprek: ‘Alleen een beetje afremmen gaat onze problemen niet oplossen’

Boardleden Melek Usta (directeur Colourful People) en Dick Benschop (President & CEO Royal Schiphol Group) in gesprek over de uitdagingen van de regio.

Met alleen minderen redden we het niet. Voor een toekomstbestendige, duurzame regio is een grote systeemverandering nodig en daarin speelt talentontwikkeling ook een belangrijke rol. Melek Usta en Dick Benschop vinden daarom dat een leven lang leren meer aandacht moet krijgen. “Het is toch zot dat je nu op de mbo’s en hbo’s niet een enorme dynamiek krijgt van mensen die continu hun kwaliteit en competenties aan het bijspijkeren zijn?”

De verschillen tussen Schiphol en Colourful People zijn groot. Niet alleen in de aard van de bedrijven — Colourful People is een search- en adviesbureau gespecialiseerd in diversiteits- en inclusievraagstukken. Maar ook in hun beleving van het afgelopen coronajaar. Waar op Schiphol in 2020 het aantal vluchten meer dan halveerde en er vele banen op de tocht staan, draaide Colourful People haar beste jaar ooit. Dat verklaar ik een beetje door onze efficiency, die door corona behoorlijk is toegenomen. Wij hebben overal in Nederland klanten en reisden hiervoor het hele land door en nu gaan veel gesprekken digitaal”, vertelt directeur Melek Usta. Maar veel belangrijker voor onze groei is wat er wereldwijd aan de hand is: met de Black Lives Matter-beweging, de Me Too-beweging. Er zijn groepen opgestaan zijn die zeggen: ik pik dit niet meer. Ik wil ook mijn stem en mijn referentiekader vertegenwoordigd zien op strategische posities in organisaties. En we zien dat er ook in de bestuurskamers oor is voor dat geluid. Ik ben nog wel benieuwd of dit blijft. Zo vanaf 2006 had ik ook een paar hoogtij-jaren. Bestuurders zeiden: diversiteit is belangrijk en verdomd, wat gebeurde er? De crisis kwam, organisaties gingen reorganiseren en diversiteit was opeens geen prioriteit meer. Dus ik hou nog wel mijn adem in. In hoeverre blijft dit thema nog op de agenda?

President en CEO Dick Benschop: Ik denk eigenlijk dat dat blijft. Die bewegingen die jij noemt hebben in bedrijven een enorme dynamiek gecreëerd, een enorme noodzaak om te handelen. Dat zie ik ook bij Schiphol: er is vooruitgang, maar er is ook nog veel te doen. Ik zit in een management board met drie vrouwen en een man. En in de laag daaronder is 40 procent vrouw, ook na de reorganisatie. Bij de 60.000 mensen die er op Schiphol rondlopen zie ik ook echt de diversiteit van de regio vertegenwoordigd, maar onze eigen organisatie is nog niet divers genoeg. Wel besteden we veel aandacht aan bewustwording rondom ongewenst gedrag. Er zijn vertrouwenspersonen, we geven trainingen over micro inequities en hoe managers met bepaalde situaties kunnen omgaan.”

Usta: Het is ontzettend belangrijk dat de man of vrouw aan de top van een organisatie dit uitdraagt. Dat die staat voor diversiteit en zegt dat hij of zij bepaald gedrag niet meer pikt. Ik ben ook ontzettend blij dat de Board heeft gezegd laten we in het hele duurzaamheidsverhaal niet alleen kijken naar de harde dingen, maar ook naar de menselijke kant, naar sociale innovatie. Bijvoorbeeld bij de inkoop: met welke partijen werk je samen? Wat kunnen daar voor slimme interventies worden gedaan om die organisaties diverser te maken? Soms zit dat in heel simpele dingen: naar hoe je arbeidsmarktcommunicatie is georganiseerd. Er wordt volop onderzocht hoe je met algoritmes ervoor kunt zorgen dat je mensen aan de poort zo objectief mogelijk beoordeelt, zodat je voorkomt dat dat met een bias gebeurt.”

Melek Usta, Foto: Piet Hermans

Wat denken jullie dat de langdurige effecten van de coronacrisis op de regio zullen zijn?

Usta: Er worden nu nog heel veel banen in de lucht gehouden door regelingen van de overheid, waarvan ik me afvraag of die er nog zijn als we straks allemaal gevaccineerd zijn. Op het moment dat de economie weer op volle kracht draait zitten alle zalen en restaurants weer vol. Daar heb ik het volste vertrouwen in. Maar er gaan ook bedrijven omvallen: bij een kwart van het mkb staat het water tot aan de lippen. Hoe lang houden die het nog vol? Hoe zie jij dat Dick?”

Benschop: Ik denk ook niet dat we de volle impact hebben gezien. De littekens zullen nog groter worden. We zijn dus zeker niet meteen terug als dat vaccin er is. Ook op Schiphol niet. Er komt een inhaalvraag: zowel voor bedrijven die weer willen gaan reizen als voor mensen die op familiebezoek willen, of op vakantie. Daarna is de vraag wat de gedragsveranderingen op de lange termijn zijn. Ons doel van het herstel is niet groei op zich. We willen de verbindingen herstellen, maar tegelijkertijd ook aandacht houden voor de verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving, voor duurzaamheid, bijvoorbeeld met duurzame brandstof. Building back better is ons uitgangspunt.”

Usta: Ik denk dat een deel van die gedragsverandering autonoom gaat plaatsvinden. Maar ik denk dat we ook kunnen sturen. Building back better, dat zeg je heel mooi. Ik woon in Hoofddorp, onder de rook van Schiphol. Het was van de zomer best rustig in mijn tuin en als privépersoon ben ik ook gaan nadenken over hoe houdbaar het is om voor 35 euro naar Londen te vliegen. Ik hoop dat de leiders van ons land hierover een aantrekkelijk vooruitzicht kunnen schetsen — en daar ben jij er ook een van Dick, gezien je belangrijke positie bij Schiphol. Wat zijn jouw gedachten daarbij?”

Benschop: Dit is een dilemma dat ons allemaal bezighoudt. Mijn kinderen zijn tussen de 17 en 23 en die zijn hypermilieubewust, maar tegelijkertijd ook hypermobiel. In mijn ogen is dit vooral een innovatie-opgave. We kunnen de oplossing van het klimaatprobleem niet op de schouders van individuele burgers leggen, er zijn veel grotere sprongen nodig. Er is uitgerekend dat toen in april vorig jaar wereldwijd de economie voor een groot deel stil lag, dus op peak lockdown, de CO2-uitstoot slechts 17 procent lager lag dan in dezelfde periode een jaar eerder. Dat laat zien dat alleen matigen niet de oplossing van het probleem is. We moeten het hele systeem veranderen, we moeten innoveren, investeren in duurzame brandstof en in de volgende stap: elektrisch vliegen, op waterstof vliegen. Ik denk dat we nu nog aan het amateuren zijn, aan het frutselen. We geven groot op over vergroening met een ticket tax, maar dat slaat nergens op. Via Europa komt er nu gelukkig een brandstofmandaat, voor het bijmengen van duurzame brandstoffen. Dan moeten we zorgen dat de brandstofspelers gaan investeren. De haven van Amsterdam is groot in benzine en kerosine, dat kan ook een energiehaven worden voor duurzame vliegtuigbrandstoffen. Dat soort ontwikkelingen moeten we mogelijk maken, want een beetje afremmen gaat het probleem niet oplossen.”

Dick Benschop

Voor dat soort grote innovaties is natuurlijk wel veel tijd nodig.

Benschop: Zeker, maar het gaat snel. Elektrisch vliegen is er nu al. In 2030 kunnen we misschien wel met een vliegtuig met 30 mensen van Groningen naar Maastricht in een half uur. Er gaat een enorme revolutie plaatsvinden. Carlo van de Weijer van de TU Eindhoven die zei het al: op den duur is de luchtvaart onverslaanbaar. Als je straks in 25 minuten van Groningen naar Maastricht kan dan ga je niet in de file staan of met de trein.”

Er is ook talent nodig om de voor de systeemverandering benodigde innovaties te ontwikkelen, om ze uit te denken en te implementeren.

Usta: Ja, en daar hebben we ook echt wel een wedstrijd in te spelen, want we zakken wat weg. Ook als ik kijk naar de kwaliteit van ons onderwijs. De tweedeling die je nu ziet is heel erg schadelijk.”

Benschop: Ik heb net de documentaire Klassen gekeken. Je weet dat het er is, maar het zet je aan het denken.”

Usta: Die kloof begint nu in het onderwijs. Ik ben van een dubbeltje een kwartje kunnen worden: mijn vader en moeder waren analfabeet. Dat ik zover kon komen heb ik te danken aan het stapelen dat in Nederland mogelijk was. Kom daar nu nog maar eens om. Ik denk dat we op twee vlakken snel slagen moeten maken. We moeten ervoor zorgen dat ook kinderen uit kansarme milieus goed geëquipeerd zijn met fantastische leerkrachten voor de klas. De andere kant is dat leven lang leren. Dat roepen we al een paar decennia, maar hebben we dat nou echt goed van de grond gekregen? Het is toch zot dat je nu op de mbos en hbos niet een enorme dynamiek krijgt van mensen die continu hun kwaliteit en competenties aan het bijspijkeren zijn? Het is jammer dat we niet in staat zijn geweest om de hele cohorten mensen die nu niets doen versneld op te leiden voor een baan in de zorg. Dat blijvend leren, blijvend innoveren moet een soort basiscompetentie worden die we allemaal op school aangeleerd krijgen. Als je gaat studeren hoef je niet te weten wat je beroep precies wordt, maar moet je de vaardigheid en kracht ontwikkelen om adaptief te zijn op wat er op je afkomt.”

Benschop: Dat is de crux. De echte weerbaarheid die je hebt dat zijn het onderwijs dat je hebt gevolgd en je kennis en vaardigheden.”

Welke rol kan de Board hierin spelen?

Usta: Ik denk dat Boardleden een signalerende, inspirerende én organiserende rol hebben. Wij mogen en moeten ambitieus zijn. De thema’s die we vandaag hebben besproken zijn de grote thema’s van deze tijd —  verduurzaming en de noodzaak tot innovatie, talentontwikkeling, gelijke kansen, diversiteit en inclusie. Al deze themas raken elkaar en vragen samenwerking tussen alle stakeholders die ook in de Board vertegenwoordigd zijn. Ik denk ook dat we daarin als regio het verschil kunnen maken. Wij zijn een regio met een sterke internationale focus. Laten wij onze culturele diversiteit als een kans zien om daarin sterk te blijven acteren. Ik lever daar graag mijn bijdrage aan. Wij moeten ervoor zorgen dat alle leerlingen in onze regio gelijke kansen krijgen om hun talent maximaal te ontwikkelen en op de arbeidsmarkt. Organisaties in onze regio moeten daarbij leren om al dat talent te benutten, ongeacht hun afkomst of achtergrond. We zien nu bijvoorbeeld nog dat veel studenten niet kunnen stagelopen.”

Benschop: Ik denk dat bedrijven daar ook wel een extra effort in kunnen steken. Wij zijn als bedrijf aan het krimpen, maar we hebben onze stageplekken wel gehouden ook om perspectief te blijven bieden. Over twee jaar ziet de wereld er weer heel anders uit. En Melek, je noemde iets dat in het bedrijfsleven en eigenlijk overal cruciaal is: het leervermogen van elkaar. Dat is in de collectieve sector denk ik onderontwikkeld. Leraren moeten bij elkaar over de vloer kunnen kijken, de schoolleiding moet individuele leraren helpen. Daar zijn al wel een paar goede voorbeelden van, bijvoorbeeld stichting Leerkracht. We moeten aan dit soort dingen aandacht besteden. Als bedrijf stageplaatsen regelen. Niet alleen vanuit sociaal, maar ook vanuit economisch oogpunt. Onderwijs en scholing zijn de beslissende factor voor Nederland.”

Boardleden in gesprek

Dit is deel acht uit de reeks 2-gesprekken met Boardleden die we startten in 2020.

#slimgroengezond

Wil je voortaan ons laatste nieuws en de aankomende (online) events ontvangen? Volg ons op Twitter en LinkedIn en schrijf je in voor onze maandelijkse Board Update.