Servicelogistiek op de bakfiets: dit zijn de lessen tot nu toe

De servicemonteur uitstootvrij de stad in: het idee is prachtig, maar hoe pakt dat uit in de praktijk? Dat onderzoekt de Board samen met de HvA en enkele bedrijven in het project Servicelogistiek via hubs. De eerste resultaten zijn veelbelovend. ‘Het was niet echt moeilijk om de directie te overtuigen.’

Een kwart van alle bestelauto’s in de stad is een servicebusje. Bestuurders hebben te maken met hoge parkeerkosten. Met een gebrek aan parkeerplaatsen; soms vinden ze er pas één op tien minuten lopen van het adres waar ze moeten zijn. Of ze zijn een half uur onderweg naar het volgende adres, dat maar drie kilometer verderop is. Frustraties daarover gaan gepaard met hoge kosten voor hun werkgevers en met flink wat onnodige co2-uitstoot in de stad.

Als challenge lead mobiliteit spreek ik veel bedrijven waar dit de praktijk van alledag is. Neem Mark Berger, project- en businessdeveloper bij hoveniers- en groenvoorzieningsbedrijf Hoek. Hij kent dit probleem als geen ander. “Onze hoveniers rijden vaak met grote auto’s met aanhangwagens door de stad en kunnen niet makkelijk een parkeerplaats vinden. Dat vermindert de productiviteit behoorlijk. Daarnaast is de gemeente goed aan het doorpakken met het weghalen van tienduizend parkeerplaatsen in het centrum en is het idee dat stadslogistiek in 2025 helemaal emissievrij is. Dat zijn nogal wat uitdagingen.”

Als initiator van de Green Deal ZES MRA, kwam ik een half jaar geleden met Berger in contact. En zo ontstond het project Servicelogistiek via hubs. Het doel: onderzoeken of en op welke manier nieuwe logistieke concepten de genoemde frustraties, kosten én uitstoot kunnen beperken, passend in de emissievrije stadskernen van de toekomst. DOCKR Mobility en servicebedrijf Feenstra sloten zich ook aan bij de projectgroep, evenals de Hogeschool van Amsterdam, omdat dit project nauw aansluit op het HvA-project Gas op Elektrisch.

“In dat project koppelen we servicebedrijven aan aanbieders van zero-emissie-oplossingen”, zegt HvA-onderzoeker Susanne Balm, waar ik veel contact mee heb. “We bekijken hoe ze hun logistiek het best kunnen organiseren, we evalueren het gedrag en de houding van medewerkers en we denken na over nieuwe businessmodellen hieromheen, en hoe we die succesvol kunnen opschalen.”

In april vulden verschillende servicebedrijven een vragenlijst in, waarmee ideeën voor pilots werden opgehaald. Daaruit kwamen vijf interessante mogelijke oplossingen, waarvan er een werd doorontwikkeld tot pilot: installatiebedrijf Feenstra doet nu een proef met de elektrische vrachtfietsen van Dockr vanaf de hub van verhuisbedrijf Deudekom in Duivendrecht. En, alvast een tipje van de sluier: die proef is hartstikke veelbelovend.

Monteurs op de e-bakfiets

Het menselijk aspect bleek het lastigste in deze pilot, vertelt Remco van den Beld, ketenmanager bij Feenstra. “Een bus of auto is vaak een soort statussymbool voor een monteur. Het is niet makkelijk om zo iemand op de fiets te krijgen. Daarom namen we de monteurs vanaf het begin mee in onze plannen. Zo organiseerden we een dag waarop ze alle fietsen van Dockr zelf konden testen. We lieten zo zien dat zij zeker ook een keuze hadden. De meeste monteurs zijn nu erg enthousiast.”

De businesscase voor de pilot was snel rond, zegt Van den Beld. “Het was niet echt moeilijk om de directie te overtuigen. Wij hebben continu twaalf monteurs in Amsterdam rondrijden. Parkeren kost daar al snel 7,50 euro per uur en dan heb je ook nog eens te maken met een half uur reistijd van het ene naar het andere adres. Bijkomend voordeel is dat we nu de jongens die we we zelf opleiden maar nog geen rijbewijs hebben ook zelf op pad kunnen sturen. Die zijn heel enthousiast. Net als de klanten trouwens.”

Voor de pilot benodigde hub golden een paar voorwaarden: monteurs moesten er hun auto kunnen parkeren en een opstartkoffietje kunnen drinken. Zo kwam het bedrijf bij Deudekom uit.

Goede regenkleding

De pilot vraagt om een andere manier van organiseren. “We moeten een veel betere werkvoorbereiding doen, omdat je niet altijd alles bij je hebt”, zegt Van den Beld. “Daarnaast moeten we zorgen voor goede regenkleding en krijgen de monteurs een vast bedrag per dag om ergens binnen te kunnen lunchen. Normaal deden ze dat natuurlijk vooral in hun bus. Ik ben benieuwd hoe de monteurs de winterperiode straks ervaren.”

De pilot is voor Feenstra aanleiding voor verder onderzoek. “Of we onze ritten in de stad anders kunnen indelen bijvoorbeeld, en slimmer kunnen plannen. En of we ook auto’s bij de hub kunnen plaatsen, zodat de monteur kan wisselen als hij verder weg moet. Dit project in Amsterdam is een prestigeproject, monteurs zijn enthousiast, het gonst door de hele organisatie heen. Als het goed werkt gaan we dit ook in andere vestigingen doen.”

Minder groenafval

Bij Hoek zitten ze ondertussen ook niet stil, vertelde Berger me laatst. “Bij ons ligt het wat ingewikkelder: wij kunnen niet zomaar overstappen op de bakfiets omdat er ook gereedschap met lange stelen mee moet en soms ook groenafval. Ook hebben wij wat oudere medewerkers, die we stapje voor stapje moeten meenemen. Ik hoop dat er over een jaar een paar van onze hoveniers met bakfietsen of een klein elektrisch vervoermiddel door de stad rijden.”

Momenteel doen vijf HvA-studenten een onderzoek bij het bedrijf om te kijken hoe het toekomstige vervoer daar georganiseerd kan worden. Ondertussen onderhoudt Berger ook nauw contact met de andere bedrijven in het project. “We leren van elkaar en inspireren elkaar. Zo heeft Brinck Meettechniek afspraken gemaakt met een paar eetcafé’s in hun pilotgebied in de stad, zodat medewerkers die normaal in hun bus lunchen daar droog kunnen zitten en wat warms kunnen drinken. Ik vind het heel fijn dat we op deze manier kunnen samenwerken, want vanuit de gemeente komt er weinig hulp. Terwijl zij toch die maatregelen nemen. Dat vind ik wel jammer.”

Bedrijven hebben door die maatregelen op den duur geen keus meer, zegt Balm van de HvA: ze moeten in beweging komen. In het project Gas op Elektrisch proberen de onderzoekers te achterhalen wat werkt en wat niet werkt en onder welke voorwaarden het voor de medewerkers plezierig werken blijft. “Het mooie is dat alle deelnemers bereid zijn om hun ervaringen te delen: aanbieders van oplossingen, maar ook de servicebedrijven zelf. Iedereen heeft een klein stukje van de puzzel in handen. Door al die puzzelstukjes bij elkaar te brengen kunnen we erachter komen wat het beste werkt.”

Vanuit de Board blijven we natuurlijk hard werken aan slimme en schone stadslogistiek, dus als je hier ideeën over hebt: ik hoor ze graag van je. En neem gerust ook contact op als je op de hoogte wilt blijven van onze vorderingen.

#slimgroengezond

Wil je voortaan ons laatste nieuws en aankomende (online) events ontvangen? Volg ons dagelijks op Twitter, LinkedIn en schrijf je in voor onze maandelijkse Board Update.