Een digitaal verantwoorde stad voor iedereen

Het manifest ‘Tada – duidelijk over data’ biedt steden en regio’s handvatten om op een verantwoorde manier om te gaan met digitalisering. In een serie interviews gaat de Board vanuit verschillende invalshoeken in op het belang hiervan. Deze keer: Maureen van Eijk, armoederegisseur bij de Gemeente Amsterdam.

Het kwam tijdens de gesprekken die voorafgingen aan de totstandkoming van het manifest veelvuldig aan bod: iedereen moet mee kunnen doen in een digitaal verantwoorde stad. En dus moeten we in zo’n stad veel aandacht besteden aan het onderwijs van digitaal laaggeletterden. Maureen van Eijk zet zich hier als armoederegisseur in de gemeente Amsterdam voor in. “Als je een inclusieve stad wil hebben, moet je zorgen dat iedereen digitaal vaardig genoeg is om kennis te kunnen verwerven en aanvragen te kunnen doen.”

Zijn er veel mensen die op dit vlak niet mee kunnen komen?

“Of iemand digitaal vaardig is hangt nauw samen met zijn of haar taalvaardigheid. Grofweg een vijfde van de stad kan op beide vlakken moeilijk meekomen. Daarnaast heb je nog ouderen die het digitale tijdperk niet van oorsprong hebben meegekregen en kinderen, die niet over devices beschikken waarmee ze online kunnen gaan en thuis niet worden gestimuleerd om het internet op te gaan om kennis te vergaren. Armoede en digitale laaggeletterdheid hangen ook vaak samen.”

Wat kun je doen om deze mensen te bereiken?

“Mensen die in armoede leven zijn enerzijds afhankelijk van de overheid en koesteren er aan de andere kant een groot wantrouwen tegen. Deze mensen zijn vaak gestrest, dus als je ze wil helpen moet je dat op een laagdrempelige manier doen en eerst een vertrouwde leeromgeving creëren. Het werkt niet om een programma te ontwikkelen en mensen daar in te planten.”

Gebeurt er in Amsterdam al veel op het gebied van digitale inclusie?

“We zijn goed op weg, maar er is nog een lange weg te gaan. Wij hebben vanuit de Wet Educatie en Beroepsopleidingen sinds eind vorig jaar ruimte om volwassenen ook in digitale vaardigheden te trainen. We zijn aan het onderzoeken hoe we met ROC’s en andere aanbieders deze digitale lessen kunnen vormgeven. Misschien nog wel belangrijker is het informele netwerk: in wijken en stadsdelen worden er ook veel cursussen in digitale vaardigheden gegeven. Voor veel mensen is de drempel om hiernaartoe te gaan lager, omdat er direct kan worden ingespeeld op vragen die zij hebben.”

Geef eens een voorbeeld.

“In West deden we het project ‘Iamconnected’, waar we studenten in contact brachten met ouderen. Die studenten gingen eerst bij de ouderen langs om te vragen wat ze digitaal zouden willen leren. Sommigen wilden graag 9292ov kunnen gebruiken, anderen hun vroegere woonomgeving bekijken en weer anderen een potje patience kunnen spelen op de tablet. Met die studenten kregen deze ouderen vertrouwen in eigen kunnen. Daarna organiseerden we een netwerkbijeenkomst waar die mensen verder konden leren. Aan het einde van het project werd ervoor gezorgd dat iedereen iemand in zijn netwerk had waar hij met verdere vragen bij terecht kon. Door zowel de studenten als de ouderen werd het project zeer goed beoordeeld. Veel projecten op het gebied van armoede zijn zwaar, doordat er zoveel leed achter zit. Maar in deze wereld is er voor deze mensen zoveel te winnen. We kunnen hun horizon letterlijk verbreden. Ik zag een man die in tranen was omdat hij in Google Earth zijn oude woonomgeving in Marokko kon bekijken, inclusief de geitenpaadjes waar hij altijd liep.”

Hebben bedrijven ook een rol bij het verder dragen van de waarde inclusiviteit?

“Alle partijen die contact hebben met burgers moeten er rekening mee houden dat niet iedereen digitaal vaardig is. Als die personen tot de doelgroep behoren is dat in het belang van bedrijven. Zo zijn we zijn nu samen met Rabobank en Clockwork een app aan het testen voor mensen met een licht verstandelijke beperking. Die app is heel visueel ingesteld en vertelt aan de gebruiker of het verstandig is dat hij een bepaald bedrag wel of niet uitgeeft. Dit zorgt ervoor dat deze mensen aan het eind van de maand nog wat geld over hebben. In onze digitale ontwikkeling zijn we erg gericht op early adopters, maar we moeten ook de slow adopters niet vergeten. Medewerkers van bedrijven zouden wellicht iemand een tijdje kunnen helpen om meer digitaal vaardig te worden. Iedereen die veel kansen heeft gekregen in dit leven, kan op die manier bijdragen aan meer inclusiviteit van de minderbedeelden.”

Het manifest gaat vooral over omgaan met data. Hoe verhouden de waarden zich tot jullie armoede-aanpak?

“Mensen in armoede hebben de neiging niet bereikbaar te willen zijn voor de overheid. Data kunnen helpen om deze mensen te vinden, zodat we ze kunnen helpen. Daarmee voldoen we uiteraard aan de privacywetgeving, maar we zoeken wel de grenzen op. Als we bijvoorbeeld een melding krijgen van energieleveranciers wanneer iemand zijn rekening een paar keer niet heeft betaald en we weten dat iemand ook een huurachterstand heeft, kan dat reden zijn om pro-actief bij iemand aan te kloppen en zo te voorkomen dat iemand verder in de schulden raakt. Je moet je bij dit soort koppelingen continu blijven afvragen welk doel ze dienen en transparant zijn over wat je precies doet.”

#slimgroengezond

Het manifest draagt bij aan gezamenlijke waarden voor privacy rondom internetgebruik en het realiseren van digitale burgerrechten.