Wat mist in de box 3-discussie: gezamenlijke economische visie

De afgelopen weken klinkt er een luid en helder geluid uit de hoek van het Nederlandse bedrijfsleven: de voorgestelde vermogensaanwasbelasting in box 3 is schadelijk voor het aantrekken van internationaal talent en de vestiging van start- en scale-ups.

Opinie door Jessica Peters-Hondelink, Amsterdam Economic Board

Nederland, dat draait op een kenniseconomie, dreigt zichzelf met dit nieuwe stelsel uit de markt te prijzen. De stemming hierover in de Eerste Kamer wordt uitgesteld en het blijft daarmee onduidelijk over hoe dit vanaf 2028 wordt ingericht.

Het probleem zit ‘m niet zozeer in de belasting, maar in het feit dat dit wordt gedaan over waarde die nog niet liquide is. Dat raakt met name start-ups, scale-ups en deep tech-bedrijven, waar medewerkersparticipatie een belangrijk onderdeel van de beloning vormt. Kennisintensieve bedrijven, waar Nederland bekend om staat, zijn vaak jaren bezig met onderzoek en ontwikkeling, voordat er daadwerkelijk waarde gerealiseerd kan worden. In deze periode is de mogelijkheid om aandelen te verkopen vaak ook beperkt. Het kabinet heeft voor startende ondernemingen weliswaar uitzonderingen opgenomen, maar de vraag is of die ver genoeg gaan om dit knelpunt structureel weg te nemen.

Het is belangrijk dat dit debat niet wordt overweldigd door de stemmen die het hardst klinken. Ook een zuivere vermogenswinstbelasting, waarbij pas wordt afgerekend bij de verkoop, heeft een reële keerzijde. Belastinginkomsten die voor lange tijd worden uitgesteld, zorgen voor een serieus dekkingsprobleem van de overheidsbegroting. De oproep om het voorstel dan maar volledig te schrappen, is dus ook kort door de bocht. Wanneer een alternatief box 3-stelsel structureel minder belastinginkomsten oplevert, zal de politiek elders dekking moeten zoeken. Dat kan uiteindelijk ook gevolgen hebben voor ondernemers en het mkb, via belastingen zoals de VPB (vennootschapsbelasting) of lagere publieke investeringen.

Nederland staat bovendien voor een andere uitdaging. Nederland moet na de uitspraken van de Hoge Raad een nieuw box 3-stelsel ontwerpen, dat juridisch houdbaar, uitvoerbaar én economisch verstandig is. Juist omdat die doelen soms met elkaar botsen, verdient het debat meer dan een tegenstelling tussen overheid en bedrijfsleven.

Scandinavische zoektocht naar stelsel voor innovatie

Het is nuttig om te kijken hoe kenniseconomieën elders in Europa hiermee omgaan. Denemarken kent net als Nederland hoge publieke voorzieningen, sterke kennisinstellingen en een innovatief mkb- en technologielandschap. Interessant is dat Denemarken bewust fiscale ruimte heeft gecreëerd voor ondernemerschap en werknemersparticipatie. Winst die ondernemers in hun bedrijf herinvesteren, blijft belast tegen een lager tarief. Dividend en vermogenswinst op aandelen in eigen, niet-beursgenoteerde bedrijven zijn zelfs belastingvrij.

Zweden, thuisbasis van Spotify en Klarna, heeft jarenlang geworsteld met een vermogensbelasting en uiteindelijk besloten deze af te schaffen. Een belangrijk argument voor afschaffing was de vrees dat kapitaal en investeringen naar het buitenland zouden uitwijken. Dat is geen een-op-een bewijs dat Nederland hetzelfde te wachten staat, maar wel een signaal dat belasting op vermogen en ondernemerschap reële gevolgen kan hebben. Iets wat in het Nederlandse debat serieus meegewogen moet worden.

Passend toekomstgericht vestigingsklimaat

We kunnen leren van andere landen om ons heen, maar we moeten voor een gedeelte ook ons eigen plan trekken. De vraag is niet of Nederland het Zweedse, Deense of welk ander model dan ook moet overnemen. De vraag is hoe we een stelsel ontwerpen dat recht doet aan twee dingen tegelijk: een eerlijke bijdrage van vermogen aan de collectieve voorzieningen én een klimaat dat ondernemerschap en talent naar Nederland blijft trekken.

En daarmee dus bijdraagt aan het grotere plaatje: de collectieve(!) economische visie die we over tien jaar willen voeren. Het gaat dus niet alleen over de vraag waar de rekening van vandaag naartoe gaat, maar ook over hoe we morgen strategisch relevant zijn. Dat bereiken we niet als bedrijven naar de overheid blijven kijken en andersom. En ook niet als je te lang blijft pingpongen in de box 3-discussie.

Op dit moment lijkt het erop dat verschillende partijen de verantwoordelijkheid vooral bij de ander leggen, zonder na te denken over een gedeelde langetermijnambitie van het vestigingsklimaat dat we samen willen bouwen.

Concreet zou dat kunnen betekenen: een fiscale impacttoets op innovatie en vestigingsklimaat bij nieuwe box 3-wetgeving. En een gezamenlijke agenda van overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen om te komen tot een belastingstelsel dat zowel juridisch houdbaar als economisch verstandig is. Niet vanuit het perspectief van één partij, maar vanuit de vraag welk fiscaal pakket het beste bij Nederland past.

Eén gezamenlijk belang van een gezonde, innovatieve economie die op de lange termijn overeind blijft. Alleen dan behouden we onze economische identiteit, die Nederland tot een aantrekkelijk kennisland heeft gemaakt.

Wil jij ook partner worden?

Bekijk de partners met wie wij samenwerken aan een toekomstbestendige regionale economie.

En lees meer over de voordelen voor partners in ons netwerk. Relatiemanager Marjan Schrama vertelt je hier graag meer over.

3 juli 2026

Meer weten over

Neem contact op

Blijf jij ook op de hoogte?

8x per jaar nieuws en events uit de regio: schrijf je in voor de Board Update nieuwsbrief

Deel dit artikel

Wil je op de hoogte blijven?

Volg ons dagelijks op LinkedIn en schrijf je in voor de Board Update nieuwsbrief.

Lees ook deze berichten