Hoe voorkomen we een MRA van twee snelheden?

Op weg naar de Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam 2017

Op 2 maart worden de nieuwe Economische Verkenningen Metropoolregio Amsterdam 2017 gepresenteerd. In de aanloop daarnaartoe schrijft Martijn van Vliet, voorzitter van de stuurgroep Economische Verkenningen, tweewekelijks een column over de economische ontwikkeling van de MRA.

In een vorige column schreef ik over het populaire Amsterdam dat de andere delen van de MRA nodig heeft om de schaduwkanten van het succes op te lossen. Vandaag heb ik het over de andere kant van de medaille. De nieuwe economisch geografische dynamiek die bijdraagt aan groei en bloei van steden zoals Amsterdam, leidt tot stagnatie en krimp in andere gebieden. De MRA als geheel is een groeigebied in Nederland, maar we zien dat in de MRA economische groei geconcentreerd is in Amsterdam en Haarlemmermeer. De rest van de regio heeft meer moeite om economische ontwikkeling te creëren en soms is er sprake van krimp.

Strikt economisch gezien is dit een proces van  ruimtelijke specialisatie waar deelregio’s zich toeleggen op het aanbieden van ruimtelijke milieus waar ze goed in zijn. Zo heb ik aan mijn collega Steef de Looze, adviseur bij de gemeente Haarlem en één van de drijvende krachten achter regionale samenwerking, eens uitgelegd dat het achterblijven van werkgelegenheidsgroei in Haarlem eigenlijk geen probleem is: in de avond keert het in Haarlemmermeer en Zuidas verdiende geld  weer terug naar Haarlem en omgeving om daar in het weekend in de mooie stad en langs de duinen te worden uitgegeven. Als we economische productie zouden toerekenen aan de plek waar arbeid woont in plaats van de plek waar gewerkt wordt, heeft Haarlem geen probleem.

Maar ik geef toe dat dit een te beperkt antwoord is.

Voor sommige wijken en kleinere gemeenten is het geen probleem wanneer de woonfunctie domineert, maar zeker niet overal. Om aantrekkelijk te blijven, hebben steden en deelregio’s behoefte aan economische activiteit, reuring en eigen dynamiek. Niet iedereen kan in de ochtend om zeven uur in de auto of trein stappen om naar het werk te gaan. Het collectief resultaat van een forse scheiding van wonen en werken op regionaal niveau is door geen enkel, zelfs excellent functionerend regionaal vervoerssysteem te verwerken. Gezinnen met jonge kinderen moeten de woon-werk afstand voor de werkende ouders beperkt houden.   En zeker voor lager opgeleiden geldt dat reisafstanden, ook om financiële redenen, niet te groot moeten worden.

Eigen identiteit

Het is daarom spannend om te zien hoe deelregio’s en steden in de MRA invulling geven aan hun eigen identiteit en hun eigen economische rol in het geheel. Regio Haarlem neemt haar aantrekkelijke stedelijke klimaat als basis voor een economische strategie waarin vernieuwend ondernemerschap wordt gestimuleerd en wordt voortgebouwd op de eigen culturele kracht. Zaanstad heeft zich opnieuw op de kaart gezet (en haar centrum verdicht) met een gedurfde en postmoderne variant van de oude Zaanse woningbouw. Haarlemmermeer verbreedt de economische basis door zich te positioneren als ontmoetingsplaats voor mensen, goederen en informatie.    Almere maakt gebruik van de pioniersgeest van ‘het nieuwe land’ en de ruimte die het heeft.  Via de Floriade 2022 profileert het zich als duurzame en groene stad, waar het aangenaam en gezond wonen en werken is.

Het interessante is dat iedereen al uit zichzelf kiest voor ‘slimme specialisatie’, een strategie die past bij de eigen kracht. Niet het kopiëren van het succes van anderen maar wel leren van elkaar.  Niet ‘houden wat je hebt’ maar vanuit de eigen identiteit zoeken naar nieuwe kansen. Deze vernieuwingsgeest kunnen we goed gebruiken in de steeds nauwer en beter samenwerkende metropoolregio.