Datacenters in Amsterdam: Een gruwelijke luxe

Blog van Zef Hemel

Wat is de toekomst van datacenters in de metropoolregio Amsterdam? Blijft hun groei exponentieel? En is er eigenlijk wel voldoende elektriciteit voor zo’n hele snelle groei? En hoe wordt die groei straks ruimtelijk geaccommodeerd? Meer gespreid of juist geclusterd? Dergelijke vragen lagen voor tijdens een bijzondere bijeenkomst op de Zuidas afgelopen week. Ruim twintig partijen uit de wereld van het internet bouwden een dag lang aan vier scenario’s voor 2030.

Om een indruk te geven: per jaar wordt er 100 miljoen euro aan datacenters in Amsterdam geïnvesteerd; de komende jaren zal nog eens drie tot vijf miljard euro in deze ‘nieuwe kolenmijnen’ geïnvesteerd worden. De hoofdstad is één van de vier belangrijkste internetknopen van Europa waar datacenters hun snel groeiende datastroom opslaan op servers. De andere zijn Londen, Frankfurt en Parijs. Tussen die knopen bestaat hevige concurrentie. Toen Londen in 2012 een stop op datacenters zette vanwege de Olympische Spelen groeide het Amsterdamse marktaandeel razendsnel. De mainportfunctie van Amsterdam vergt een solide en voorspelbare stroomtoevoer, want datacenters verbruiken enorm veel stroom. Ook vraagt een datacenter veel ruimte. Die van Nikhef is 500 m2, die van SARA 1000 m2, maar het datacenter in Slotervaart telt 20.000 m2. Voor 100 MW is 50.000 m2 nodig. En die ruimtebehoefte is tamelijk specifiek. Maar tegelijk verandert de wereld om ons heen en schakelen steeds meer partijen over van gas en steenkool op elektriciteit. Stel je voor dat Amsterdam helemaal van het aardgas af gaat en besluit om all-electric te worden. Kan het elektriciteitsnetwerk die groeiende groep van stroomverbruikers wel aan, zeker als ook de Hemwegcentrale sluit?

Dat de datastroom flink blijft groeien in elk scenario leek de aanwezigen een uitgemaakte zaak. Extra data-opslag is dus noodzakelijk. Maar over alle andere factoren bestond grote onzekerheid. Kritisch achtte men vooral de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk. Alliander mag niet op toekomstige groei anticiperen. Ook bestaat er voor elektriciteit geen leveringsplicht boven 2 MW. De bouw van een nieuw onderstation duurt gemiddeld zeven jaar, die van een datacenter slechts twee jaar. Dat gaat niet goed samen. Bovendien moet Alliander aan elke vragende partij leveren op het moment dat er capaciteit is; dus capaciteit reserveren voor datacenters is niet mogelijk.

Op dit moment zijn er 52 onderstations in de regio Amsterdam. Daar zouden er vijf bij moeten . De bestaande regulering, constateerde iemand, is niet meegegroeid met deze nieuwe markt. Daardoor kan een partij als Alliander niet snel genoeg anticiperen. Hier zal ‘een klein wonder’ moeten geschieden. Maakt het verschil als er door de overheid gekozen zou worden voor één of twee regionale clusters? Hierop kwam geen duidelijk antwoord. Het omgekeerde – sterke spreiding door de opkomst van iets als Nerdalize – paste slechts in één scenario. Wel kunnen hyperscales heel goed buiten Amsterdam worden geplaatst. Iemand anders duidde ze aan als ‘de nieuwe kolenmijnen’ die zelfs naar IJsland of Groenland zouden kunnen verhuizen. Ook de datacenters van Westpoort en Schiphol-Rijk zijn niet essentieel voor het Amsterdamse ecosysteem. Alleen de interconnected datacenters van Science Park en Amsterdam Zuidoost vormen een eenheid, alles binnen een straal van 13 kilometer. Amsterdam is een van de twintig plekken op de wereld waar zo’n uniek digitaal ecosysteem bestaat. Op termijn groeien de twintig plekken naar honderd tot tweehonderd plekken, maar dat maakt niet uit.

De internetknoop van Amsterdam noemde iemand ‘een gruwelijke luxe’, hier moet extreem goed voor worden gezorgd. Daarvoor is op zijn minst een op de toekomst gerichte ‘ruimtelijk-energetische planning’ van met name de overheid noodzakelijk. Kritisch dus, die ruimtelijke energielevering. Maar de allergrootste onzekerheid stak volgens velen in het vertrouwen van mensen in het internet. Blijft dat vertrouwen bestaan? Een crash in het financiële dataverkeer is zeer goed denkbaar en zou ronduit rampzalig zijn. Zo’n crash, merkte iemand fijntjes op, die gaat er zeker komen. Ook de opkomst van fintech en in dat verband het mogelijk vrijgeven van bankdata aan derden zou het vertrouwen van mensen in het digitale verkeer ernstig kunnen ondermijnen. Daarmee leek men, helemaal op het eind van de middag, de belangrijkste ingrediënten voor de vier scenario’s te hebben geïdentificeerd. Inderdaad gruwelijk.

De bijeenkomst waar Zef aanwezig was, werd georganiseerd door de Metropoolregio Amsterdam, Gemeente Amsterdam, Provincie Noord-Holland, Het Rijk en de Amsterdam Economic Board en was onder leiding van adviesbureau Stratix. 

Wil je meer feiten en cijfers over datacenters in de regio inzien? Kijk dan op ons feiten en cijfers portaal.

 

 

 

#slimgroengezond

Dit draagt bij aan de ambitie om digitale hub van Europa te worden.